| UITSLAG LAATSTE WEDSTRIJD: Everbeur - Eisden: 3-0 VOLGENDE WEDSTRIJD: |
Trailer Everbeur |
ACHTER HET NET ( SEPTEMBER 2004)
EVERBEUR BESTAAT NIET MEER!
Geen paniek. Volleybalclub Everbeur is niet failliet. De hoogbeschaafde Belgische Volleybalbond heeft de gewestnaam “Everbeur” van de tabellen geschrapt. De club heet voortaan officieel “Volleybalclub Averbode”. Leo Peeters van het Belang van Limburg, naar onze bescheiden mening met verve de beste sportjournalist van het land, had nochtans al eerder een aardig compromis bedacht: “Volleybalclub Everbeur Averbode”. Kan alleen Leo verzinnen. Het mag niet zijn. Ach ja, en dan? What's in a name? En toch, in het land van witheren en “crème glace” vinden ze dat erg. Héél erg. Want wie geboren is in de schaduw van de abdijtoren, die witte wijsvinger van God die recht naar de hemel wijst, wie opgegroeid is tussen de weilanden van het Vierkensbroek en de ruige flanken van de Weefberg, wie “bokken” gedronken heeft in de staminees van het “Faboer”, tja die voelt zich nu een beetje in het kruis getast. Die spreekt iet van “Averbode”.
“Averbode, zijn abdij, zijn bos en hei (of wat daar nog van rest), zijn crèmekes en zijn “krèmerkes”. “Averbode”? Is dat geen uitgeverij? Vlaamsche Filmpjes en zo? Rikske en Fikske zaliger? Vroeger heette die uitgeverij “de Goede Pers”. Alle andere pers was dus niet goed. Mooie naam vonden wij dat, de Goede Pers. Wij verdienden er de boterham en 't spekvet, leerden er lezen en drukken en genoten godsvruchtig van de vruchten van het Kloosterveld. O, wierook van smeulend pattatenkruid op grijze avonden! O, gouden Gelderse muizen! Geen andere aardappelen, alstublieft. Muizen van 't Kloosterveld, de beste patatten van de wereld, daar kon geen redelijke twijfel over bestaan! De wereld was nog groot en klein. Hij stopte aan de pikkelpoort. En er waren toen nog zekerheden.
Averbode? Vraag aan de Averbodenaar van waar hij afkomstig is. Hij zal u verwonderd aankijken, een beetje verontwaardigd ook omdat u het niet van zijn gezicht kan aflezen. Hij zal u recht in de ogen kijken, hij zal eens slikken en zal u antwoorden met vinnige ogen en opgeheven hoofd: “Van Everbeur!” “Van Eiverbeuh , begot!”, zal hij zeggen, om precies te zijn. De eerste “r” moet dokkeren als een hondskar over een slechte steenweg, de tweede “r” slikt hij in en vervangt hij door een nauwelijks hoorbare “h”, de klemtoon ligt op de eerste “è”, die moet klinken als het ingehouden gemekker van een melklammetje en die “beuh” moet wat langzamer en langerekt, zoals een mötteke in't broek dat zou zeggen. “Van Eiverbeuh !” Om het helemaal goed uit te spreken moet je er geboren en getogen zijn, ofwel héél lang oefenen. “Eiverbeuh!” Harry van de Scheper kan dat zo schoon zeggen. Ja. Harry heeft het mij verteld, die avond in het clubhouse, na de oefenmatch tegen Berlijn. Het water schoot in zijn ogen. Maar dat kan ook van een beginnende verkoudheid geweest zijn. Of van de “bokken” die weer vlot over de toog gingen.
“Kit……” en hij slikte alsof hij mij heel droevig nieuws te vertellen had. “Nu zeggen ze …..” Hij dronk eens aan zijn pint en keek eens naar de everzwijnenkop die onder de witblauwe supporterspet een beetje mistroostig over de tapkasten loenst. “Nu zeggen ze bij de Bond dat Everbeur niet bestaat!” “Hoe bestaat het?” “Averbode bestaat niet meer, 't is nu Scherpenheuvel-Zichem, maar Everbeur zal altijd bestaan, begot!”
Mannen van Everbeur. Ze komen niet alleen van Averbode. Ze komen van overal! Van Kroatië of van Macedonië. Zoals “zotte Polle” Polgar. Let wel, “zot” is in Everbeur een eigenschap die hoog wordt gewaardeerd en het getuigt van liefde en respect dat Polle dat predikaat heeft gekregen. Zelfs van Holland komen ze. Zoals “Julleke”. In Everbeur kennen ze Julleke Fief en Julleke Stemboek zaliger, of Julleke Kiep. Nu is er Julleke Zeekaf, een wittekop van over de Moerdijk die in het feuilleton van Nest Claes had moeten meespelen. Ja zelfs van Zichem en Scherpenheuvel komen ze naar de Everbeurse hei afgezakt. Als Mozes niet naar de berg komt, tja. Ze zingen uit volle borst” O, Everbeur ”. Jaja, Everbeur heeft zijn eigen volkslied. Veel schoner dan de Brabbeson! Harry kan het op zijn bugel spelen. De muziek is van Preud'homme, weet iemand erbij te vertellen. Neen, niet van die keeper, maar van Armand Preud'homme, de grote Vlaamse Toondichter. Die kwam op het Faboer op hotel, in den tijd dat de stoomtram nog reed. Nu gij!
En dan zeggen ze dat Everbeur niet bestaat, dat het geen gewestnaam is voor een gehucht! Maar Everbeur speelt volleybal tegen Berlijn, tegen Moskou en Parijs. Hoe bestaat het? In Parijs dachten ze dat Everbeur de hoofdstad van België is! En ja, die van Everbeur hebben dat na die Europese kwartfinale in 2001 niet tegengesproken. Elk punt op de wereldbol kan er immers met evenveel recht aanspraak op maken het middelpunt van het aardoppervlak te zijn.
Ik ben naar huis gereden. Ik woon al een aantal jaren in huisje Weltevree op de Engsbergse hei. De vliegdennen met hun oranje basten ruiken hier naar het Everbeur dat ik gekend heb in mijn jeugd, met eindeloze zanddreven waar alleen konijnen en verliefde paartjes komen, met hei vol oude honinggeuren en bossen armenvol klokkebezen en hanekammekes. De hemel, zeg ik u! De Rode Berg, da's mijn Everbeur. Het Everbeur dat ècht niet meer bestaat.
Als ik mijn raam openzet hoor ik de klokken van de abdij, even luid als ingetogen. En als ze mij vragen van waar ik afkomstig ben, dan zeg ik: “Van Eiverbeuh!” En dan kijk ik een beetje verontwaardigd, omdat ze het aan mijn gezicht alleen al hadden moeten zien.
Kris Wollants